CURSUS
XX: EGYPTE TEN TIJDE VAN ALEXANDER, DE GRIEKEN EN ROMEINEN
Geen enkele
vorst uit de oudheid spreekt zo tot de verbeelding als Alexander de
Grote (356-323 voor Christus). Vanaf zijn vroege jeugd werd hij opgevoed
met het idee dat hij van goddelijke afkomst was. Toen zijn vader Philippus
in 336 voor Christus vermoord werd, volgde Alexander hem op en begon
hij met het creëren van een wereldrijk. Eind 332 voor Christus
bereikte Alexander Egypte, waar het hem weinig moeite kostte het land
in te nemen, aangezien de Egyptenaren hem beschouwden als de verlosser
van de gehate Perzen, die op dat moment over Egypte heersten. De overwinning
van Alexander en de val van het Perzische rijk hadden voor Egypte ingrijpende
gevolgen. Na zijn kroning tot farao in Memphis en zijn erkenning als
goddelijke wereldheerser door het orakel van Amon in de tempel van Siwa,
besloot Alexander tijdens zijn verblijf in Egypte een nieuwe stad aan
de Nijlmonding te stichten: Alexandrië.
Onder de
Ptolemaeën (304-30 voor Christus), die na de dood van Alexander
aan de macht kwamen in het land langs de Nijl, groeide Alexandrië
uit tot een groots centrum van handel en cultuur. De stad werd bekend
om zijn befaamde bibliotheek, paleizen, verschillende tempels en de
vuurtoren Pharos, die men in de oudheid tot een van de zeven wereldwonderen
rekende. Het Grieks werd de officiële landstaal en in de Delta
ontstond een Grieks-Egyptische cultuur met een kunststijl die afweek
van die uit het dynastische tijdperk. Op godsdienstig gebied werden
nieuwe goden bedacht, die zowel voor de Griekse als de Egyptische bevolking
aanvaardbaar waren. Zo werd de eredienst voor de god Serapis ingesteld,
die een samenvoeging van Osiris, Apis en Zeus was. De Ptolemaeën
bouwden echter ook grootse tempels voor Egyptische goden zoals die van
Horus in Edfoe en Hathor in Dendera.
In de eerste
eeuw voor Christus leidde verzwakking van de Ptolemaeïsche dynastie
door interne intriges en de groeiende belangstelling van Rome voor het
rijke land langs de Nijl tot de val van de Ptolemaeën. Cleopatra
pleegde als laatste vorstin van de dynastie zelfmoord, waarna Egypte
het persoonlijke wingewest van de Romeinse keizers werd (30 voor Christus-395
na Christus). De heersers lieten zich als farao’s vereren en voltrokken
oude rituelen. Als propaganda-middel bouwden en voltooiden de Romeinen
een groot aantal heiligdommen, zoals dat in Philae, gewijd aan de godin
Isis. Bovendien toonden de Romeinse keizers grote belangstelling voor
de minerale rijkdommen in Egypte, zoals die in Wadi Sikait, waar de
bergwanden smaragd leverden