Tijdens
de opgravingen werden verschillende kleine stenen ‘bakjes’
aangetroffen, met name in veel open ruimtes (voornamelijk hoven), maar
ook in een aantal min of meer omsloten ruimtes. Waarschijnlijk hebben
deze stenen gediend als steun voor staken of traliewerk die wellicht
gebruikt werden bij de activiteiten van de tuinders in Sikait. De aanwezigheid
van grote hoeveelheden as en houtskool wijst op het feit dat er in Sikait
behoorlijk wat materiaal verbrand moet zijn. De as werd wellicht gebruikt
voor de tuintjes in Sikait, waarbij de as als mest diende (zoals nu
nog steeds is waar te nemen in tuintjes van de Ma’aza en de Ababda-nomaden),
of bij de voedselopslagplaatsen, waarbij de as als insectwerend middel
kon worden ingezet.
In Sikait
werden in 2002-2003 veel zogenaamde ‘small finds’ gedaan,
waaronder 2056 kralen; sommige van lokaal gewonnen smaragd, maar veelal
geïmporteerd. Ook werden er veel voorwerpen aangetroffen van lokale
steensoorten (van schist/talc/steatiet), juwelen (o.a. armbanden), gewichten,
handgemaakt, gepolijst en versierd aardewerk (Eastern Desert Ware),
een aantal koperen en ijzeren pijlpunten, koperen harnasonderdelen,
achtendertig munten (voornamelijk uit de vierde eeuw, met enkele munten
uit de eerste eeuw, een munt uit de tweede en een munt uit de derde
eeuw) en veel aardewerk (hoofdzakelijk Egyptisch, maar met enkele importstukken
uit Tunesië en Turkije en/of Cyprus). De opgravingswerkzaamheden
in de trenches zorgden ook voor de vondsten van enkele stukken kokosnoot,
die geïmporteerd zouden moeten zijn uit de regio rondom de Indische
Oceaan.
Conclusie
De eerste onderzoeken en de vondsten uit Sikait wijzen erop dat de stad
met name in de vijfde eeuw na Christus intensief bewoond werd. Er moet
sprake zijn geweest van grootse mijnbouwactiviteiten, die op hun beurt
een enorm bouwplan voor de stad rechtvaardigden, inclusief gebouwen
met een complexe architectuur en met bescheiden decoratieve elementen.