|

|
Onderzoek in Egypte
Memphis |
|
| |
|
|
|
MEMPHIS:
OP ZOEK NAAR EEN FAIENCE-OVEN
Recente
opgravingen in Kom Helul
Tussen 2000 en 2002 zijn er opnieuw opgravingen uitgevoerd in Kom Helul.
Dit keer werd er gewerkt door een team onder auspiciën van de EES
(Egypt Exploration Society) onder leiding van dr. Paul Nicholson. De opgravingen
hadden tot doel een beter inzicht te krijgen in de technologische processen
die nodig waren voor het vervaardigen van faience gedurende de Ptolemaeïsche
(304-30 voor Christus) en Romeinse periode (30 voor Christus-395 na Christus).
Daarom wilde het team de groep ovens lokaliseren die eerder (rond 1886)
door Petrie waren opgegraven en bovendien een geheel nieuwe oven uitgraven,
welke nog niet door de Engelsman onderzocht was. Bijkomend probleem was
echter dat Petrie de door hem gevonden ovens niet in kaart had gebracht
en er slechts één foto van de ovens bestond. |

Ventilatie
opening van een faience oven
|
|
In 2000
werden er, nadat er een magneto-metrische survey in het gebied was uitgevoerd,
drie opgravingsputten (zogenaamde ‘trenches’) uitgezet in
het gebied (HAC1, HAC2 en HAD1). Als snel bleek dat put HAC1, hoewel
er tijdens de survey hoge magnetometrische waarden werden afgelezen,
geen oven bevatte. Wel werd er in de put een grote muur van ongebakken
kleitichels ontdekt en kwam er een aantal gebakken kleitichels tevoorschijn,
die wellicht de oorzaak vormden van de eerder geconstateerde hoge magneto-waarden.
Bovendien leverde de put veel interessant gebruiks- en industrieel aardewerk
op, waaronder een aantal three-pointed stands. Na enkele boringen werd
echter besloten de trench niet verder uit te graven.
In opgravingsput HAC2 werden grote hoeveelheden industrieel aardewerk
aangetroffen, waarmee een ‘type-collection’ kon worden opgebouwd.
Al dit materiaal werd bewaard, geregistreerd, gewogen en bekeken, om
zo een beter inzicht te krijgen in het vervaardigingsproces van faience.
Zo kon uit de vondsten worden afgeleid dat het stro waarvan Petrie dacht
dat het gebruikt werd in de faience-ovens, waarschijnlijk verwerkt was
in de gebakken kleitichels of het pleisterwerk waarvan de ovenwanden
werden gemaakt. Bovendien maakte het onderzoek duidelijk dat het materiaal
waarmee de ovenwand oorspronkelijk bepleisterd was, had blootgestaan
aan hele hoge temperaturen. Het gevonden aardewerk toonde ook aan dat
er in de oudheid waarschijnlijk verschillende maten saggars gebruikt
werden om de faience-objecten in te bakken.
|

Faience
oven
|
Trench
HAD1 leverde een vloer op van gebakken tichelstenen, waarvan aanvankelijk
werd aangenomen dat het mogelijk ging om een platform voor faience-ovens.
In 2001 bleek echter dat deze vloer (van 20 x 20 meter) eerder onderdeel
uitmaakte van een tempelcomplex, waarna het werk in de put voorlopig
werd gestaakt.
|
In het
opgravingsseizoen van 2001 werd begonnen met een geo-fysische survey
in de gebieden HAC en HAD. Het onderzoek werd uitgevoerd met een magnetometer
en leverde goede resultaten op, waaruit bleek dat er op de site, op
geruime afstand van elkaar, tenminste vier plaatsen waren met hoge waarden
die konden duiden op de aanwezigheid van antieke ovens. Aangezien Petrie
eerder sprak van zes ovens die relatief dicht bij elkaar lagen, werd
aangenomen dat het niet kon gaan om deze ovens, maar om nieuwe, niet
eerder uitgegraven structuren. Besloten werd om een nieuwe trench te
openen: HAC3. Vrijwel direct onder het loopoppervlak werden verbrande
tichelstenen aangetroffen en kwam uit het zand een oven tevoorschijn;
rechthoekig van vorm, ongeveer 1,40 meter bij 1, 60 meter. De ovenwanden
bleken volledig bedekt met een zogenaamde ‘slag’-laag: een
laag die was ontstaan als gevolg van het verglazen van de oorspronkelijke
pleisterlaag, die op de wanden was aangebracht. Al snel werd er een
zeer goed bewaard gebleven stookgat blootgelegd aan de oostkant van
de oven en twee kleinere ventilatie-gaten aan de westzijde. Bovendien
werden er in en om de oven veel scherven van grote saggars aangetroffen.
In 2002
werd de oven tot een diepte van meer dan 4 meter uitgegraven. Deze diepte
lijkt enorm, maar ook Petrie meldde de vondst van een oven van 4,75
meter diep. Om gevaar voor instorting te voorkomen, werd de oven aan
de binnenkant gestut. Opnieuw werden delen van grote saggars gevonden;
sommigen met een diameter van meer dan 40 centimeter. Bij nader onderzoek
bleken de reusachtige aardewerken potten geen glazuurresten te vertonen,
maar werd er aan de binnenzijde van de saggars een soort witte kalklaag
ontdekt, waarvan de functie vooralsnog onduidelijk is.
|
|
|
| |
alle
foto's en afbeeldingen
Copyright © Hendrikje Nouwens |