NOMADEN TUSSEN NIJL EN RODE ZEE
Introductie
De Ababda zijn van oorsprong nomaden, die tot de Bedja behoren. De Ababda
bewonen het zuidelijk deel van de oostelijke woestijn in Egypte. Ze
zijn nauw verwant met de Bisjarin nomaden, die in Soedan leven. Een
deel van de Ababda trekt nog steeds in kleine groepjes rond door het
bergachtige gebied van de oostelijke woestijn. Een ander deel heeft
het nomadische leven inmiddels vaarwel gezegd en woont in Egyptische
dorpen, zoals Wadi Chariet in de Nijlvallei, of in Quseir of Marsa Alam
aan de Rode Zeekust.

De bezittingen van de nog rondtrekkende Ababda zijn aangepast aan de
nomadische leefwijze en beperkt tot het allernoodzakelijkste. Hoewel
tot in de twintigste eeuw de kameel het belangrijkste transportmiddel
was om huis en haard te verplaatsen, hebben de meeste Ababda inmiddels
een oude pick-up truck, die met zeer beperkte middelen, een groot technisch
inzicht en veel improvisatie wordt onderhouden.
De Ababda economie is afhankelijk van de contacten met de Nijlvallei.
Er is geld nodig voor de aankoop van meel, koffie, thee, suiker en benzine.
Tegenwoordig werken veel Ababda als chauffeur of in de bouw, terwijl
de vrouwen en kinderen met de kuddes in de woestijn zijn. Vroeger trokken
de Ababda mannen naar de Nijlvallei en hielpen ze de Nubiërs met
de oogst in ruil voor graan. Andere traditionele bronnen van inkomsten
zijn de ruil of verkoop van geitenharen weefsels en leren producten,
het branden van houtskool en het verzamelen van kruiden (de oostelijke
woestijn brengt een groot aantal kruiden voort die zeer gewild zijn
op de markt in Cairo; een voorbeeld is de handal, een extreem bittere
meloensoort die uitwendig wordt gebruikt tegen pijnlijke gewrichten).