BLEMMYES-NOMADEN
IN BERENIKE?
In de derde
eeuw na Christus heerste er in het Romeinse Rijk een enorme politieke,
economische en militaire chaos. Zo ondermijnden burgeroorlogen en opstanden
het centrale gezag en kwam een groot aantal Romeinen als gevolg van
epidemieën om het leven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat
er in Berenike uit deze periode vrijwel geen bewoningssporen zijn ontdekt.
Aangenomen kan worden dat de handelsactiviteiten in de stad grotendeels
waren stilgevallen.
De Nederlands-Amerikaanse
expeditie trof echter in lagen van de vierde eeuw weer duidelijke sporen
van bewoning aan. Dit was verrassend te noemen, aangezien men er aanvankelijk
vanuit gegaan was dat de havenstad niet langer dan de derde eeuw na
Christus zou zijn bewoond. Al snel werd duidelijk dat de handelsactiviteiten
in Berenike, na het vertrek van het grootste deel van de Romeinse bevolking,
werd overgenomen door een meer op de woestijn georiënteerde bevolkingsgroep,
die weinig vis en varkens at en voornamelijk geiten en schapen hield.
Het is mogelijk dat het hier de Blemmyes-nomaden, de door de Romeinen
zo gevreesde woestijnbewoners, betreft.